Deel deze pagina
Gemeente Stad Deinze

Petanque en schaken in het centrum

Tijdens de zomermaanden kan je op de Markt en het Rheinbachplein genieten van een spelletje petanque of XXXL schaken.

Wij geven graag nog enkele richtlijnen mee

  • Er kan petanque gespeeld worden van 8u tot 22u.
  • Respecteer de rust van de omwonenden. 
  • Geen sluikstort of sigarettenpeuken achterlaten op het openbaar domein.

De petanqueterreinen bevinden zich ter hoogte van Markt 80.

Je kan gratis een petanqueset lenen bij één van onderstaande handelszaken tijdens hun openingsuren door middel van het afgeven van een identiteitskaart. Bij het inleveren van de petanqueset wordt de identiteitskaart terug gegeven.

  • Café Gentlemen (Markt 80)
  • Chloé's - Déli@go (Markt 68)
  • Toeristisch infopunt (Brielstraat 2)

Het XXXL schaakbord bevindt zich ter hoogte van het Rheinbachplein

Spelregels petanque

Aantal spelers

  • Tête-à-tète: 1 tegen 1 met elk 3 ballen
  • Doublet: 2 tegen 2 met elk 3 ballen
  • Triplet: 3 tegen 3 met elk 2 ballen

Doel van het spel

Proberen om je ballen dichter bij de but of cochonnet te plaatsen dan je tegenstander.

Wie begint?

Een loting bepaalt wie als eerst mag beginnen. Het eerste team trekt een cirkel op de grond en gooit de but zes à tien meter voor zich uit en speelt de eerste bal.

Verder verloop van het spel

  • Een speler van het tweede team probeert een bal dichter te plaatsen bij de but.
  • Team één mag nog een bal plaatsen of de bal van team 2 wegschieten.
  • Als dat lukt mag team twee opnieuw proberen.
  • Als dat niet lukt, mag team één zolang spelen tot een van hun ballen dichter bij de but ligt dan van de tegenstander.
  • Als een team geen ballen meer heeft, speelt het andere team zijn resterende ballen.

Puntentelling

Elke bal van hetzelfde team die dichter bij de but ligt, telt als punt. Per ronde of mène kan een team maximaal zes punten scoren.

Na een ronde gooit het winnende team opnieuw de but. Het team dat dertien punten scoort, is gewonnen.

Spelregels schaken

Er zijn in het schaakspel zes verschillende stukken, die allemaal op een eigen wijze bewegen.

  • De koning 
    Gaat recht of schuin in alle richtingen, maar slechts één veld per keer.
  • De dame
    Gaat recht of schuin in alle richtingen, zoveel velden als zij wil
  • De toren
    Gaat recht, in alle richtingen, zoveel velden als hij wil.
  • De loper 
    Gaat schuin, naar voren en naar achter, zoveel velden als hij wil.
  • Het paard
    Gaat recht of schuin in alle richtingen, maar slechts één veld per keer.
    Het paard mag als enige stuk over andere stukken heen springen.
  • De pion mag alleen naar voren. Bij de eerste zet mag hij kiezen tussen één of twee velden naar voren. Daarna mag hij per keer maar één veld vooruit. De pion slaat anders dan hij gaat: een veld schuin naar voren. Een pion die aan de overkant komt verandert in een ander stuk van dezelfde kleur. Hij mag ieder stuk kiezen, maar niet de koning.

Slaan
Een stuk slaat een stuk van de andere kleur, door op het veld van het geslagen stuk te gaan staan. Het stuk dat geslagen is verdwijnt van het bord.

Rokade
Een bijzondere zet is de rokade. Bij deze zet doet de koning twee stapjes naar links of naar rechts in de richting van de toren. Daarna springt de toren over de koning heen en gaat aan de andere kant naast de koning staan.

Doel van het spel
Het doel van het spel is de koning van de andere partij te veroveren.

Beginstand
In de beginstand staan de stukken als volgt:

De witte stukken op de onderste rij van links te beginnen: toren, paard, loper, dame, koning, loper, paard, toren. De pionnen staan op de rij ervoor. De zwarte stukken staan net zo aan de andere kant van het bord. Wit begint met spelen.