Gemeente Stad Deinze

Kasteel Ter Wallen

Toch nog een kasteel

Langs een private ingangsdreef bereikt men een stenen brug (16e eeuw) die toegang geeft, door een gekanteelde ingangspoort, versterkt door steunberen (16e eeuw), tot het bewoond gedeelte van het pand.
De vrij belangrijke wallen zijn een oude en onafhankelijke binnenwatering (ongeveer 5000 m²) binnen het park en het bos. Een sluis gemerkt met het jaartal 1804 leidt het overtollig water van de wallen, door een onderaardse afvoer onder het bos, naar de Oude Kalebeek, de uiterste zuidergrens van het domein.

Rechts aan de ingang bevindt zich het hoofdgebouw, het huidig 'kasteel', een statige herenwoning, in de loop der eeuwen meermaals verbouwd, met zijn huidig 18e-eeuws uitzicht. De huidige eigenaars zijn het momenteel aan het verbouwen. Op het terrein zijn de dienstgebouwen reeds gesloopt om vanuit de statige herenwoning meer aansluiting te vinden met het landschap.

De talrijke hoge bomen ten zuiden van het park en in het bos vormen een groots en gevarieerd
scherm voor het park, naar Engelse stijl. De tuin vormt een ensemble van bomen en grasperken, zeer in trek op het vasteland op het einde van de 18e eeuw, in tegenstelling tot de 17e-eeuwse gekunstelde Franse tuinen. Als we goed kijken zien we trouwens nog de opperhof/neerhof-opstelling van deze site, zoals ze opgetekend staat op historische kaarten. 

Dat de huidige site een veel oudere geschiedenis kent, kan je lezen in het artikel uit Het Land van Nevele dat je vindt bij de downloads.

Sagen en legenden, zou het waar zijn?

Ook hier te Merendree is er een legende bekend, een spook of watergeest, eeuwen oud en uitsluitend aan dit domein verbonden.
Laat ons ditmaal onze historiograaf F. De Potter aan het woord: 

De Slodder-sage

Vroeger kwam elke nacht, om twaalf ure, uit de hovingen van eenen grondeigenaar, omtrent het dorp, een vreemd wezen uit den grond, en doorkruiste de gemeente in alle richtingen, nu eens deze, dan gene gedaante aannemende. Nooit deed het iemand kwaad, maar het vergezelde soms een eind verre de laat op weg zijnde personen, om plotseling spoorloos te verdwijnen. De een heeft het gezien als een soort rol, zonder kop, pooten of staart, en zich immer voortrollende; de ander zag het tamelijk groot, en bemerkte oogen als karbonkels; het sleepte in deze gedaante, een zware keten achter zich.
Anderen weer zagen er een klein hondje in, dat, naarmate het voortliep, al grooter en grooter werd, en eindelijk dubbel zo groot als een paard. Al wie te middernacht de oude brug overtrok, kon niet missen het verschijnsel te zien. De dorpelingen hadden dit spook den naam van sloder gegeven. Zij meenden dat op de plaats waar sloder uit den grond steeg, geld verborgen lag, en hij niet eerder rusten kon dan nadat de schat ontdekt was.

De plaats waar het waterspook tevoorschijn kwam, is in zijn oorspronkelijke toestand bewaard
gebleven in het bos aan de overzijde van de sluis van 1804, precies aan de monding waar het
overtollig water van de wallen, door een onderaardse afvoer in de Oude Kalebeek terecht komt.
Moge dit authentiek 18e-eeuws en karakteristiek gebouw en zijn bijbehorend park met eeuwenoude bomen nog lang een levende getuige blijven in ons historisch patrimonium.