Schoolreglement

HOOFDSTUK I: HET ONDERWIJS

Art. 1
In de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans Deinze, hierna genoemd "de academie", wordt onderricht verstrekt in de studierichtingen, graden, opties en vakken die door de gemeenteraad worden ingericht. Alleen de gemeenteraad is bevoegd om een beslissing te nemen tot wijziging van de structuur van de inrichting of tot oprichting of afschaffing van een afdeling.

Art. 2
De academie voor Muziek, Woord en Dans volgt ten minste het minimumleerplan dat bij ministerieel besluit is vastgesteld.

Art. 3
Het onderwijs wordt georganiseerd overeenkomstig de geldende wets- en reglementaire bepalingen.

Art. 4
Het schooljaar duurt veertig weken. De data van de vakantieperioden worden jaarlijks vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de geldende reglementaire bepalingen.

Art. 5
Jaarlijks worden openbare voorstellingen ingericht overeenkomstig de geldende reglementaire bepalingen.


HOOFDSTUK II: DE BESTUURSCOMMISSIE

Art. 6
De academie wordt beheerd door het college van burgemeester en schepenen. Dit college kan advies vragen aan een bestuurscommissie, die ook op eigen initiatief aan de gemeentelijke overheden voorstellen kan doen die bijdragen tot de goede werking van de inrichting.

Art .7
De bestuurscommissie is samengesteld als volgt:
1. minimum 3 en maximum 10 leden aangesteld door de gemeenteraad
2. de schepen van onderwijs, zonder stemrecht
3. de directeur van de inrichting, zonder stemrecht
4. een bediende, gelast met het secretariaatswerk van de academie, als secretaris van de bestuurscommissie, zonder stemrecht
5. maximum 2 leden per filiaal. Zij worden door de gemeenteraad aangesteld op voordracht van de gemeenteraad van de gemeente waar het filiaal gevestigd is. Zij hebben slechts stemrecht voor de aangelegenheden die uitsluitend betrekking hebben op hun filiaal.

Art. 8
De mandaten van de leden van de bestuurscommissie worden hernieuwd om de zes jaar, na de installatie van de nieuwe gemeenteraad.
De uittredende leden blijven in dienst tot de installatie van hun opvolgers. De uittredende leden kunnen voor een nieuw mandaat worden aangesteld.
Bij overlijden of ontslag van een lid wordt zijn mandaat beëindigd door een vervanger aangesteld door de gemeenteraad.

Art. 9
De bestuurscommissie verkiest onder de leden, bedoeld in art. 7,1, een voorzitter. Zij worden opnieuw verkozen na elke globale hernieuwing. Na vroegtijdig ontslag of overlijden wordt een vervanger verkozen voor de beëindiging van het mandaat.

Art. 10
De directeur mag niet deelnemen aan de beraadslaging en beslissing over agendapunten waarbij hij als persoon betrokken is.
De leden van het onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel kunnen geen deel uitmaken van de bestuurscommissie, met uitzondering van het personeel dat het secretariaat waarneemt.

Art. 11
De bestuurscommissie vergadert minstens tweemaal per schooljaar.
De vergaderingen zijn niet openbaar.
Zij wordt bijeengeroepen door de voorzitter op eigen initiatief of op vraag van minstens drie leden of van de directeur.
De bijeenroeping geschiedt schriftelijk minstens zeven werkdagen voor de vergadering en vermeldt de agenda.

Art. 12
Om geldig te kunnen beraadslagen, moet de meerderheid van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn. Na een tweede bijeenroeping kan, ongeacht het aantal aanwezige leden, geldig worden beraadslaagd over de onderwerpen die voor de tweede maal op de agenda voorkomen.

Art. 13
De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
De leden stemmen mondeling. Op vraag van een lid wordt overgegaan tot geheime stemming. De geheime stemming is verplicht wanneer het om personen gaat.

Art. 14
Het is elk lid van de bestuurscommissie verboden:
1. aanwezig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben
2. rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan enige dienst, levering of aanbesteding ten behoeve van de academie.

Art. 15
De leden van de bestuurscommissie kunnen de schoollokalen bezoeken en de examens, bedoeld in hoofdstuk VIII, bijwonen. Zij worden bij bezoeken van schoollokalen telkens vergezeld door de directeur. Zij mogen noch aan de leerkrachten noch aan de leerlingen opmerkingen maken of vragen stellen. Zij dienen hun eventuele opmerkingen mee te delen aan de voorzitter van de bestuurscommissie.

Art. 16
De secretaris van de bestuurscommissie stelt de notulen op van de vergaderingen en staat in voor de briefwisseling en de bewaring van het archief van de commissie.

Art. 17
De beraadslagingen van de bestuurscommissie zijn geheim.


HOOFDSTUK III: DE DIRECTIE

Art. 18
a. De directeur is belast met de uitvoering van de beslissingen van de gemeentelijke overheden en met de toepassing van de wets- en reglementaire bepalingen die de inrichting aanbelangen.
b. De directeur van de academie tekent telkens als gemandateerde van de inrichtende macht.
c. De directeur is gemandateerd door de inrichtende macht voor het toestaan van lesverplaatsingen conform Art.25 of voor het aanbrengen van occasionele wijzigingen van het uurrooster in het belang van de werking van de school.

Art. 19
De directeur is belast met de leiding van de academie voor Muziek, Woord en Dans op pedagogisch, artistiek en administratief vlak.
Alle personeelsleden van de inrichting staan onder zijn gezag.
Hij waakt erover dat de lessen regelmatig gegeven worden en op de gestelde uren beginnen en eindigen.
Hij bezoekt de klassen zo dikwijls hij dit nodig acht. Hij mag aan personeelsleden geen opmerkingen maken in aanwezigheid van de leerlingen.

Art. 20
Personen vreemd aan de inrichting hebben geen toegang tot het gebouw zonder de toelating van de directeur.

Art. 21
De directeur verdeelt de leerlingen onder de leerkrachten. Rekening houdend met de door de gemeenteraad vastgestelde prestaties van de leerkrachten, tot stand gekomen na overleg conform de wet 19 december 1974, stelt hij het lessenrooster op dat door de leerkrachten en de leerlingen moet worden gevolgd.

Art. 22
Ingeval de directeur tijdelijk moet vervangen worden, stelt het college van burgemeester en schepenen een vervanger aan, in afwachting van een beslissing van de gemeenteraad.

Art. 23
De directeur meldt elke ongewettigde afwezigheid van een personeelslid, evenals door hem vastgestelde overtredingen van dit reglement, schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen.

Art. 24
De directeur legt elk jaar tijdig een ontwerp van begroting voor het volgend begrotingsjaar voor aan het college van burgemeester en schepenen.


HOOFDSTUK IV: HET PERSONEEL

Art. 25
a. Elke leerkracht moet tijdig aanwezig zijn om vóór de aanvang van de lessen het aanwezigheidsregister te ondertekenen en de leerlingen op te vangen.
b. Bij het verlaten van de vestigingsplaats ondertekent hij/zij het aanwezigheidsregister.
c. Lesverplaatsingen worden geregeld door middel van een afzonderlijk, door de gemeenteraad goedgekeurd, reglement.

Art. 26
Het onderwijzend personeel richt zich tot de gemeentelijke overheden en administratie langs de directeur die, zo nodig, zijn advies toevoegt aan de vraag of het voorstel van het betrokken personeelslid.

Art. 27
Elk lid van het onderwijzend personeel houdt een register waarin de aan- en afwezigheden van de leerlingen per les worden genoteerd.
Deze registers moeten steeds in de inrichting aanwezig zijn opdat de directeur, het secretariaatspersoneel, de gemeenschapsinspectie en de verificateur er steeds inzage zouden van kunnen nemen.

Art. 28
Elk lid van het onderwijzend personeel draagt zorg voor de orde en de tucht in zijn klas en in de school. Hij mag in zijn klas enkel de regelmatig ingeschreven leerlingen aanvaarden.

Art. 29
De leden van het onderwijzend personeel bezorgen op vraag van de directeur een verslag over de vorderingen van hun leerlingen.
In principe neemt iedere leerling aan de examens deel. Afwijkingen hierop kunnen na overleg met de betrokken leraar door de directeur toegestaan worden.

Art. 30
De leerkrachten dienen hun medewerking te verlenen aan openbare voorstellingen en andere uitvoeringen die door de academie worden ingericht.
Elke leerkracht is verantwoordelijk voor het hem/haar toevertrouwde materiaal en materieel en voor de toestand van het gebruikte lokaal.

Art. 31
De leerkracht, door de directeur aangeduid als lid van een examencommissie of door de inrichtende macht aangeduid als lid van een andere commissie, mag zich zonder geldige redenen aan deze verplichting niet onttrekken.

Art. 32
Conform het K.B. van 31 maart 1987 is het ten strengste verboden te roken in de gebouwen (klaslokalen, administratieve gebouwen en gangen).


HOOFDSTUK V: OPVOEDEND HULPPERSONEEL EN ADMINISTRATIEF PERSONEEL

Art. 33
Het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel zijn gelast met taken door de directeur bepaald.

Art. 34
Het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel dienen hun medewerking te verlenen aan openbare voorstellingen en andere uitvoeringen die door de academie worden ingericht.

Art. 35
Het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel richten zich tot de gemeentelijke overheden en administratie langs de directeur die, zo nodig, zijn advies toevoegt aan de vraag of het voorstel van het betrokken personeelslid.


HOOFDSTUK VI: DE LEERLINGEN

Art. 36
De leerlingen worden ingeschreven overeenkomstig de reglementaire toelatingsvoorwaarden.

Art. 37
a. De leerlingen zijn verplicht de lessen regelmatig te volgen. Elke afwezigheid moet gewettigd zijn. De leerlingen moeten hun afwezigheid rechtvaardigen. Van niet-gerechtvaardigde afwezigheid kan, indien nodig, bericht gezonden worden aan de ouders, voogd of verantwoordelijke. Ongerechtvaardigde afwezigheden kunnen aanleiding geven tot één van de sancties, bedoeld in art. 38.
b. Een leerling die, zonder aanvaardbare redenen, viermaal afwezig is gedurende een trimester, kan van de lijst van de leerlingen worden geschrapt.
c. Een leerling die gedurende het schooljaar 1/3 van de lessen niet heeft bijgewoond mag niet deelnemen aan het examen.
d. De leerlingen zijn eraan gehouden thuis te oefenen en voldoende voorbereid naar de les te komen.

Art. 38
De leerlingen dienen zich tuchtvol te gedragen.
Volgende sancties kunnen op hen worden toegepast:
1. een vermaning van de directeur, eventueel op voorstel van de leerkracht
2. een tijdelijke uitsluiting door de directeur, eventueel op voorstel van de leerkracht
3. een definitieve uitsluiting door het college van burgemeester en schepenen, op voorstel van de directeur.
Elke sanctie getroffen tegen een minderjarige leerling wordt door de directeur schriftelijk aan zijn ouders meegedeeld met vermelding van de reden.
Elke sanctie getroffen tegen een meerderjarige leerling wordt schriftelijk aan de betrokkene meegedeeld door de directeur met vermelding van de reden.
De sub 1 en 2 vermelde sancties worden door de directeur eveneens meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.

Art. 39
Schade die door een leerling wordt toegebracht aan lokalen, meubilair, materiaal of instrumenten wordt op zijn kosten hersteld door een door de directie aangeduide hersteller.

Art. 40
Tegen de in een afzonderlijk reglement bepaalde voorwaarden kunnen aan de leerlingen instrumenten in bruikleen worden gegeven en werken worden ontleend uit de bibliotheek.

Art. 41
De leerlingen zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan openbare voorstellingen of aan andere kunstmanifestaties die door de academie worden ingericht. Enkel de directeur is gemachtigd vrijstellingen te verlenen.


HOOFDSTUK VII: INITIATIEVEN VAN LEERLINGEN EN ONDERWIJZEND PERSONEEL

Art. 42
a. Alle teksten die leerlingen of leden van het onderwijzend personeel in de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans wensen te verspreiden, moeten vooraf worden voorgelegd aan de goedkeuring van de directeur.
b. Een geldomhaling in de Academie voor Muziek, Woord en Dans door de leerlingen of leden van het onderwijzend personeel kan slechts gebeuren met schriftelijke goedkeuring van de directeur.

Art. 43
Leerlingen en leden van het onderwijzend personeel die deelnemen aan kunstmanifestaties buiten de academie en daarbij de naam van de Academie voor Muziek, Woord en Dans willen gebruiken, moeten daarvoor de schriftelijke goedkeuring van de directeur krijgen.


HOOFDSTUK VIII: DE EXAMENS

Art. 44
De examens worden georganiseerd overeenkomstig de geldende wets- en reglementaire bepalingen.

Art. 45
De leden van de examencommissie worden op voorstel van de directeur door het college van burgemeester en schepenen aangesteld.

Art. 46
Elke leerling krijgt op het einde van het schooljaar een attest of een getuigschrift op basis van de behaalde resultaten.


HOOFDSTUK IX: SLOTBEPALING

Art. 47
a. Een exemplaar van dit reglement wordt door de directeur aan de leden van de bestuurscommissie en aan alle in dienst zijnde personeelsleden bezorgd. Elk personeelslid tekent voor ontvangst op een lijst die bij het exemplaar wordt gevoegd, dat in het archief van de academie wordt bewaard.
b. Elk personeelslid en elke leerling verklaart zich akkoord met dit reglement van orde.


Aldus vastgesteld in openbare vergadering van 29/06/1995, om gevoegd te worden bij zijn beslissing van zelfde datum.

anaXis NV