Repertoirestudie

Binnen de studierichting Woord volgen alle leerlingen vanaf de hogere graad dit vak. Het is de bedoeling dat de leerlingen in contact worden gebracht met een ruimer aandeel van de literatuur (toneel / voordracht / welsprekendheid) om zo hun persoonlijke lectuur te verruimen.


Hoe gaat dat in de praktijk?
In een eerste inleidend jaar (A.I.R.S.) wordt de leerlingen een analysemodel aangereikt dat ze kunnen toepassen op eender welke literaire tekst. Er wordt gepraat over thema's en motieven, personageopbouw en de betekenis van tijd, ruimte, symboliek etc. In de tweede helft van het jaar wordt dit model toegepast op enkele gedichten, een kortverhaal en een toneeltekst.

In het tweede jaar wordt dan - afhankelijk van de gekozen optie - dieper ingegaan op enkele literaire teksten. Voor voordracht wordt elke week een andere dichter besproken aan de hand van drie gedichten. Allen Nederlandstalige.

In het derde jaar ligt het accent op buitenlandse literatuur. Nobelprijswinnaars, kleine literatuurgebieden zoals de Tsjechische, de Griekse, de Roemeense,... en wordt er aandacht besteed aan het verband woord-muziek, door eerst een aantal gedichten of toneelstukken te bespreken en dan te luisteren naar de muziek die erbij hoort: opera, liederen, chanson, etc.


Het vak stelt de leerlingen in staat kennis te maken met veel onbekende schrijvers en teksten en geeft hen zo de kans een gevarieerder en rijker repertoire uit te bouwen.

Leerkracht

  • Geert Amant
anaXis NV