De collectie is in de zalen chronologisch voorgesteld, zodat de verschillende stijlen en evoluties goed te volgen zijn. De Leiestreek heeft uitzonderlijk veel kunstenaars aangetrokken sinds het laatste kwart van de 19de eeuw. Met onder andere de gebroeders Xavier en César De Cock, Binus Van den Abeele, Gustave Den Duyts en Emile Claus zitten we midden in het romantisch-realisme, dat zijn oorsprong vindt in Barbizon. Ze beeldden de pure natuur uit met de neiging die te idealiseren of te romantiseren. Het atelier werd verlaten om midden in de natuur een landschap op doek te leggen.
Na 1880 ontstond een nieuwe stijl, een nog verder gaande vorm van realisme, die aanleunde bij het Franse impressionisme. Het was Emile Claus die het impressionisme hier introduceerde met zijn 'lichtgevende doeken'. Het weergeven van lichtpartikulen en kleurpunten bootste een momentopname na, dat pas van op afstand in de hersenen bij de kijker een homogeen beeld vormt.
Dit op doek vastleggen van een vluchtig moment stond tegenover het statisch beeld van het romantisch-realisme. Claus, waarvan de 'Bietenoogst' ons visitekaartje is, werd hierin gevolgd door onder andere Modest Huys, Jenny Montigny, Anna De Weert, Leon De Smet, Gust De Smet, Maurice Sys, Frits Van den Berghe. Anderen zoals Albert Saverys, Evarist De Buck, Montobio, Georges Buysse, Maurits Niekerk zullen eveneens kortere tijd door de 'paus van Astene' beïnvloed worden. Het nadeel van het impressionisme voor de intellectueel gerichte kunstenaars was dat deze stijl zuiver zintuiglijk, zuiver retinaal en oppervlakkig bleef.
Er kwamen twee reacties: het symbolisme en het expressionisme. De symbolisten zoals George Minne en Gustave van de Woestyne, hyperintellectuelen, beeldden de gesloten wereld van symbolen uit en deden een beroep op kennis van mythologie en literatuur. Het expressionisme daarentegen met onder andere Albert Servaes, Constant Permeke, Gust De Smet en Hubert Malfait vestigde de aandacht op de mens en de verhouding van mens tot natuur; het was eigenlijk een sociaal engagement. Wie zijn heil liever zocht in de wereld van de dromen en het onderbewuste, leunde aan bij het surrealisme, zoals Frits Van den Berghe dat tijdelijk deed.
In de jaren '60 komt uit Amerika een stijl die de wereld met al zijn consumptie en welstand optimistisch benadert, namelijk de popart. Het is Roger Raveel die deze stijl zal transporteren naar zijn eigen dorp en streek en aldus de Nieuwe Visie doet ontstaan. Hij en ook anderen, door hem tijdelijk beïnvloed zoals onder andere Raoul De Keyser, Agnes Maes, Richard Simoens en Antoon De Clerck, geven een kijk op het huiselijke leven, op eenvoudige dingen. Al deze laatst genoemde kunstenaars zijn na korte of langere tijd vervreemd van de Nieuwe Visie en volledig een eigen weg opgegaan.
In deze streek gaat de 'figuratieve' stroming verder met bijvoorbeeld Roger Wittevrongel, Dees De Bruyne, Fons Roggeman, Jef Wauters, Joe Van Rossem en Jean Bilquin. Bij de 'abstract' werkende kunstenaars vermelden we onder andere Jan Burssens, Ingrid Castelein, Jean-Marie Bytebier, Frans Labath.