Reglementering m.b.t. het overwelven van baangrachten

Artikel 1
Het is verboden baangrachten geheel of gedeeltelijk te dempen, of te beschoeien met materialen die de infiltratie van water naar de bodem kunnen tegenwerken.

Artikel 2
Het overwelven of inbuizen van baangrachten gelegen langs buurtwegen of gemeentewegen wordt beleidsmatig niet toegelaten. Hiervan kan in uitzonderlijke gevallen om strikt technische redenen worden afgeweken. In dit geval kan het overwelven of inbuizen van baangrachten enkel toegestaan worden mits een voorafgaande en schriftelijke vergunning van het college van burgmeester en schepenen.

Artikel 3
Het uitvoeren van de werken in het kader van een door het stadsbestuur vergunde overwelving zal op kosten van de aanvrager worden verricht door de stad of een aannemer aangeduid door de stad, volgens de modaliteiten bepaald in het gemeentelijk reglement wegeniswerken voor derden (gemeenteraadszitting 24.06.2004).

Artikel 4
De werken dienen uitgevoerd te worden in overeenstemming met volgende richtlijnen:

  • De overwelving heeft een maximale breedte van 5 meter. Mits grondige motivatie vanwege de aanvrager kan het college van burgemeester en schepenen een afwijking op deze maximale breedte toestaan.

  • Het overwelvingselement heeft een minimale diameter van 400 mm. Indien het college van burgemeester en schepenen dit omwille van verantwoorde technische redenen noodzakelijk acht kan een andere specifieke diameter opgelegd worden.

  • Door het college van burgemeester en schepenen kunnen bijkomende voorwaarden worden opgelegd, o.a. met betrekking tot het aanvullen van het duikerslichaam, het voorzien van kopmuren, het voorzien van inspectieschouwen, …

  • De vergunninghouder of zijn rechtsverkrijger is te allen tijde verantwoordelijk voor de goede staat en werking van de overwelving. Hij is verplicht de overwelving vrij te houden van alle obstakels die een goede afwatering verhinderen. De vergunninghouder of zijn rechtsverkrijger mag, door het aanbrengen van de overwelving, nooit de goede afwatering van derden in het gedrang brengen of wijzigen. Hij is eveneens verplicht in de landelijke gebieden, in geval er geen verharding wordt voorzien over de overwelving, de wegberm in een goede staat te onderhouden zodat steeds een gelijkaardig dwarsprofiel van de weg en berm wordt aangehouden.

  • Het is verboden afvalwater- of hemelwaterleidingen aan te sluiten op de overwelving.

Artikel 5
De vergunning is ten voorlopige titel. Wanneer het openbaar nut dit vergt of de werken in enig opzicht nadelig zijn, kan het college van burgemeester en schepenen steeds tot wijzigingen of het herstel in oorspronkelijke staat bevelen.
Het college van burgemeester en schepenen is steeds gemachtigd ambtshalve maatregelen te treffen met het oog op het aanpassen, af- of uitbreken van de overwelving.

Artikel 6
Wanneer de te overwelven baangracht een geklasseerde waterloop is, zal de aanvraag moeten geschieden volgens de bepalingen van de wet van 22 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen, bij de bevoegde overheid:

  • Voor onbevaarbare waterlopen van eerste categorie is dit de afdeling Water van de administratie milieu-, natuur-, land- en waterbeheer van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, en moet de aanvraag gebeuren overeenkomstig de "richtlijn voor het aanvragen van machtigingen voor het uitvoeren van werken aan en langs onbevaarbare waterlopen van eerste categorie".

  • Voor onbevaarbare waterlopen van 2de en 3de categorie gebeurt de aanvraag bij de gouverneur van de provincie.

Wanneer de te overwelven baangracht is gelegen langs een gewestweg moet vooraf een machtiging aangevraagd worden bij de Administratie Wegen en Verkeer van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Wanneer de te overwelven baangracht is gelegen langs een provincieweg moet vooraf een machtiging aangevraagd worden bij de gouverneur van de provincie.




anaXis NV