Korte historiek

Deinze is een kleine stad met een grote stedelijke geschiedenis omdat het aan het kruispunt lag van twee wegen, Oudenaarde-Brugge en Kortrijk-Gent, die samen te Deinze over de Leie gingen. Dat was de verbinding van vier kasselrijhoofdsteden. Van aan de Knok tot halfweg de Markt liepen die twee wegen samen.

De eerste vermelding van Deinze vinden we omstreeks 840 als ’Donsa‘, een verheven plaats temidden van de meersen.
In 880 werd Deinze vernield door de Noormannen. Het is waarschijnlijk bij de heropbouw dat de houten kerk werd vervangen door een romaanse bouw.
De oudst gekende Deinzenaar is Titzekin en zijn vrouw Adalwive. Hij was in dienst van de graaf, heer van Deinze. Hun zoon was Poppo, die omstreeks het jaar 1000 de tocht naar het Heilig Land ondernam, als eerste in de Nederlanden. Hij bracht relikwieën mee en werd later heilig verklaard.

In de 13e eeuw kreeg Deinze stadsrechten. Toen werden stadsmuren opgetrokken en werden de stadspoorten gebouwd. Deinze had 55 ha binnen de muren. Uit die tijd (of zelfs vroeger) dateert ook de woensdagse markt.
Deinze speelde in de 12e en 13e eeuw ook een rol in de strijd om de stedelijke rechten. Iwein en Daneel Van Aalst waren de heren van Deinze in de 12e eeuw. Dan was het weer direct de graaf van Vlaanderen, tot die aan zijn dochter stad Deinze als huwelijksgift gaf. Zo werd haar man, Pieter van Courtenay, heer van Deinze; nadien de man van haar dochter, enz.
Deinzenaren namen onder bevel van hun baljuw Arend Drubbel deel aan de Gulden Sporenslag en ontvingen op 13 juli 1302 Willem van Gullik als overwinnaar van die beroemde strijd. Heren van Deinze waren toen de graven van Luxemburg. Toen een van hen keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie werd, kreeg Deinze zijn stadswapen: de dubbele adelaar met drie rozen (zwart op wit met rode rozen). Zij lieten Deinze echter weer aan de graaf, die Deinze aan zijn broer, Robrecht van Kassel, gaf.

Deinze was klein maar welvarend. Het geraakte steeds meer betrokken in de ruzies tussen de steden en de graaf. En dat veroorzaakte veel oorlogsellende. Zo werd Deinze verschillende malen zwaar vernield: vooral de vernieling van 1382 door de Gentenaars was totaal. Ook alle privilegiebrieven en stadsdocumenten waren verbrand. Bij de heropbouw kwam de gotische kerk de romaanse vervangen. De stadshal werd heropgebouwd.
In 1469 voegde Karel de Stoute het bedrijvigste deel van de gemeente Petegem bij Deinze (wijk Knok tot en met de Sint-Martinuskerk), wat het begin was van een eeuwenlange vete tussen Deinzenaars en Petegemnaars.
Steeds begon de stad ijverig te herleven. Ook na de totale vernieling van 1485. Landbouw, veeteelt, kaarden, spinnen, weven, waren toen hoofdzaak. Handel drijven met eigen producten overspande toen het geheel.
In de 15e eeuw ontstonden schuttersverenigingen en de Rederijkerskamer, die tot op de dag van vandaag zijn blijven bestaan.
De hervormingsperikelen van de 16e eeuw hebben Deinze toen zwaar toegetakeld. Op het einde van de eeuw lag Deinze totaal verwoest en raakte ontvolkt. De heropbouw duurde tot ver in de 17e eeuw. In die 17e eeuw had Deinze echter zeer veel te lijden van de Franse invallen. De Oostenrijkse tijd was in de 18e eeuw een verademing; toch weer onderbroken door Franse invallen.
Het industriële leven, naar de normen van toen, herstelde zich. Textiel, landbouw, brouwerijen, stokerijen, leefden. En dan kwam de Franse tijd die het oude bestel overhoop wierp. Honderden mensen uit onze streek werden opgeroepen in militaire dienst. Jeneverstokerijen werkten dag en nacht. Textiel had een groot afzetgebied. Deinze floreerde maar leed ook onder zware belastingsdruk.
In 1792 brandde de stadshalle, die midden op de markt stond, totaal af. Ze werd niet meer herbouwd. Pas in 1842 zou een nieuw stadhuis in gebruik genomen worden.
In WO I en II deelde Deinze zwaar in het oorlogsgebeuren. Na die oorlogen kwamen de veevoederfabrieken op. Zijde- en bretellenproductie en –verwerking, kinderspeelgoed, veevoeders en meelproductie zijn hier nog aan de orde. Van de 39 stokerijen uit de Franse tijd is er onrechtstreeks slechts één overgebleven.

In 1971 werden Petegem, Astene en Zeveren door fusie bij Deinze gevoegd. In 1977 kwamen Gottem, Wontergem, Grammene, Vinkt, Meigem, Sint-Martens-Leerne en Bachte-Maria-Leerne, eveneens bij fusie, er nog bij. Gemeenten die sedert eeuwen het lot van Deinze mee ondergingen.
(Herman Maes)

anaXis NV